Over de Stroomversnelling

Waarom is een Stroomversnelling nodig?

Vlaanderen staat voor een ambitieuze energietransitie. Die is nodig om de Vlaamse klimaat- en energiedoelstellingen voor 2020 en daarna te realiseren. Het klimaatakkoord in Parijs en de Europese doelstellingen voor energie en klimaat in 2030 zetten de bakens van die energietransitie uit: ons energieverbruik moet efficiënter worden, we moeten meer hernieuwbare energiebronnen gebruiken en de energievoorziening moet gegarandeerd zijn. Tegelijk moet de energiefactuur voor alle gezinnen betaalbaar blijven en mag ze de competitiviteit van bedrijven niet in het gedrang brengen. 

Dat is geen gemakkelijke opdracht. Zeker niet in Vlaanderen, met zijn energie-intensieve industrie, verouderd gebouwenpatrimonium en versnipperde ruimtelijke ordening (bevolkingsdichtheid, logistieke draaischijf …). De omslag naar een koolstofarmer, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem vraagt een veelvoud aan acties: massaal, gericht en kostenbewust investeren in energie- en gebouweninfrastructuur, slimme oplossingen bedenken voor de diverse uitdagingen , werken aan een breed draagvlak voor de transitie en een vlotte samenwerking tussen alle betrokkenen uit de energiesector.  

Om de energietransitie te laten slagen zijn een langetermijnvisie, stevige beleidsonderbouwing, meer samenwerking en vooral acties op het terrein noodzakelijk.

Wat doet de Stroomversnelling?

De krijtlijnen van de Stroomversnelling zijn vastgelegd in het regeerakkoord van de Vlaamse Regering, de resolutie van het Vlaams Parlement en de visienota 2050. Via een toekomstgericht, participatief en transversaal traject wordt een energievisie voor Vlaanderen uitgewerkt. Die wordt vertaald in concrete beleidsmaatregelen en acties om de energietransitie op het terrein te realiseren en te versnellen. De Vlaamse energievisie en het energiepact  vormen de Vlaamse bijdrage voor de interfederale energievisie en het interfederaal energiepact.

Dit gebeurt onder de noemer van een ‘Stroomversnelling’, dat dus geen eenmalig afsprakenkader of engagementennota is, maar een continu en levend proces met periodieke ijkpunten.

Uitgangspunten van de Stroomversnelling

Een energietransitie kan maar slagen als er een breed draagvlak is. Het programma van de Stroomversnelling vertrekt daarom van een weldoordachte, goed onderbouwde aanpak waarin de gemaakte keuzes overtuigend worden gemotiveerd.

Goed onderbouwd

Om een complexe energietransitie succesvol uit te voeren, moet het traject goed onderbouwd zijn. Daarvoor zijn voldoende data, kennis en informatie nodig. Het programma moet ook nauwkeurig worden opgevolgd. Genoeg onderzoek en evaluaties, een performant databeheer en een transparante monitoring zijn onmisbare bouwstenen in het proces.

Mee met de maatschappij

Een energietransitie die de noden van de mensen negeert, heeft geen enkele kans op slagen. Vernieuwende energie-initiatieven moeten rekening houden met maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografische veranderingen, technologische evoluties en wijzigingen in de economische structuur. Een slimme energietransitie staat niet alleen, maar draagt bij aan de doelstellingen van andere beleidsdomeinen. Met slimme energiekeuzes kunnen we het economisch weefsel vernieuwen, het comfort van gebouwen verhogen en zo meer.

Lange termijn

Een efficiënt en duurzaam energiesysteem vertrekt van een breed gedragen langetermijnvisie. Pas als er een breed draagvlak voor het traject bestaat, kan het geleidelijk aan concreter worden. Een geslaagde energietransitie maakt weloverwogen en duidelijke keuzes op het vlak van infrastructuur, de energiemix, marktordening, het regelgevende kader en het ondersteunende kader. Om een breed draagvlak te creëren, zijn voldoende overleg en echte participatie onmisbaar. Dat overleg moet gebeuren met een breed en open perspectief en moet rekening houden met de ruimere ontwikkelingen op Vlaams, Europees en internationaal niveau.

Flexibel proces

De opmaak en uitvoering van een langetermijnvisie is geen eenmalige opdracht, maar een continu en flexibel proces. Naarmate er meer data beschikbaar zijn en het overleg vlotter verloopt, krijgt het traject stap voor stap vorm. Daarbij kunnen verschillende goed onderbouwde scenario’s worden voorgesteld en geanalyseerd. Nieuwe evoluties en inzichten kunnen leiden tot een aanpassing van het programma: de langetermijnvisie moet een duidelijke richting kiezen, maar wel ruimte laten om flexibel in te spelen op nieuwe opportuniteiten.

Concrete acties

Naast de opbouw van een langetermijnvisie zal het energieprogramma ook focussen op concrete acties en maatregelen die op korte termijn resultaten opleveren. Die maatregelen en de impact ervan op huishoudens en bedrijven moeten grondig worden berekend voor ze worden doorgevoerd.

Governancestructuur

Meerdere thematische werkgroepen zullen debatteren over de verschillende topics. Ook een burgerpanel en een energienetwerk dragen bij tot de inhoud van de visie en het pact.

Werkgroepen: Stroomgroepen

Experts uit alle overheden, kennisinstellingen en doelgroepen werken samen in thematische Stroomgroepen. Zij werken de visie op het energiesysteem uit en doen concrete voorstellen voor het beleid én voor actie op het terrein. In elke werkgroep zit een ‘trekker’ en een ‘co-trekker’. Die coördineren alle activiteiten, zitten de vergaderingen voor, bereiden (informatieve) documenten en achtergrondinformatie voor, maken verslagen op enzovoort.

De samenstelling van de Sroomgroepen kan in de loop van het project veranderen. Iedereen is in principe vrij om tot de werkgroepen toe te treden, maar in bepaalde gevallen kunnen limieten opgelegd worden.

De Stroomgroepen hanteren diverse werkmethoden. Ze verzamelen informatie en wisselen die uit, voeren onderzoeken uit, overleggen, formuleren aanbevelingen enzovoort. Die aanbevelingen kunnen onder meer gaan over beleid en regelgeving, projectvoorstellen, voorstellen voor verder onderzoek en voorstellen voor de verdere overlegagenda van de werkgroep.

Burgerpanel: De Stroomgeleiders

Een burgerpanel bepaalt mee de inhoud van de Stroomversnelling. Dat gebeurt via  participatie-initiatieven. We gaan op zoek naar ideeën en voorstellen bij burgers, toetsen de ideeën af bij de Stroomgroepen. Een vakjury zal de beste ideeën selecteren en die worden gebruikt als basis van een burgerpanel dat we in het najaar van 2016 organiseren.